De Nederlandse aanbestedingsmarkt heeft een wond die niet wil genezen. Ergens in Nederland zit vanavond een ondernemer aan een keukentafel met een bestek van 147 pagina's en drie bijlagen die elkaar tegenspreken. De deadline voor de Nota van Inlichtingen is morgen en er moeten nog 23 vragen geformuleerd worden. Niet uit nieuwsgierigheid maar uit noodzaak, want zonder antwoorden is een fatsoenlijke inschrijving onmogelijk. Bij vraag 14 blijkt de implementatietermijn in het programma van eisen drie maanden te zijn, maar in de conceptovereenkomst staat zes maanden. Ergens rond vraag 20 begint de twijfel te knagen of de opsteller van dit bestek ooit zelf een aanbesteding heeft doorlopen.
Dit gebeurt dagelijks, in een markt van 85 tot 100 miljard euro per jaar. TenderNed, het officiële platform van de overheid, publiceert jaarlijks welke tenders de meeste vragen opleveren. In 2023 ontving een tender van een regionale overheid 1.353 vragen via de Nota van Inlichtingen. Dertienhonderd drieënvijftig vragen om te begrijpen wat de opdrachtgever eigenlijk wilde. In 2024 was de nummer één met 645 vragen voor een dataplatform al bescheidener, maar de complete top 10 zat nog steeds boven de 390. Het gemiddelde ligt rond de 35 tot 40 vragen per aanbesteding. Als honderden ondernemers honderden vragen moeten stellen om een bestek te doorgronden, dan zit het probleem niet bij de rechtsbescherming achteraf maar bij de kwaliteit van de uitvraag.
De anatomie van een slecht bestek
Een gemeente moet iets aanbesteden maar de beleidsmedewerker die het project trekt heeft geen inkoopexpertise en de interne inkoopafdeling, als die er al is, loopt over. Er wordt een extern bureau ingehuurd dat wel even zal helpen met de tender. Dat bureau krijgt een korte briefing, vindt een bestek dat er qua onderwerp op lijkt, past namen en data aan, voegt wat eisen toe, en levert op. Het document gaat naar TenderNed zonder dat iemand het heeft doorgelezen op consistentie. Laat staan dat iemand zich heeft afgevraagd of een inschrijver hier chocola van kan maken.
Dit is geen karikatuur maar gedocumenteerde praktijk. Overheden huren voor complexe trajecten externe inkoopbureaus in wegens capaciteitsgebrek, en na afloop verdwijnt die expertise weer. Er wordt geen collectief geheugen opgebouwd en bij de volgende aanbesteding begint het van voren af aan. Tien procent van alle aanbestedingen wordt voortijdig beëindigd, vaak omdat de uitvraag niet deugt. Het gemiddeld aantal inschrijvingen daalt van vier à vijf in 2017 naar drie à vier in 2023. Ondernemers hebben geen zin meer in dit soort trajecten.
De pleister die Den Haag plakt
Met dit probleem in het achterhoofd presenteerde het kabinet in januari 2025 het wetsvoorstel rechtsbescherming bij aanbesteden. Na advies van de Raad van State in juni ging het in december 2025 naar de Tweede Kamer. Het voorstel introduceert verplichte klachtenloketten bij aanbestedende diensten, strengere motiveringseisen, een prominentere rol voor de Commissie van Aanbestedingsexperts, en vaste termijnen voor klachtbehandeling. Het klinkt als vooruitgang, maar het is een pleister die de wond afdekt zonder de oorzaak aan te pakken.
De Raad van State was helder in zijn kritiek: in het wetsvoorstel krijgen aanbestedende diensten een grotere rol in de klachtbehandeling, waardoor het gevoel van ongelijkheid niet wordt tegengegaan. Ondernemers die klagen over een gebrekkige tender moeten die klacht indienen bij dezelfde partij die de tender heeft verprutst. De adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts blijven vrijblijvend. MKB INFRA constateert dat die adviezen stelselmatig worden genegeerd, terwijl de Commissie in ongeveer de helft van alle zaken de klager gelijk geeft.
De verkeerde behandeling
Het wetsvoorstel gaat uit van een verkeerde diagnose: het behandelt gebrekkige aanbestedingen als een rechtsbeschermingsprobleem terwijl het een kwaliteitsprobleem is. Als een tender 645 vragen oplevert is dat bewijs dat de aanbesteder zijn werk niet heeft gedaan. Geen enkel klachtenloket lost dat op.
Kwaliteitsnormen voor de uitvraag zelf zouden wél werken. Net als verplichte toetsing op consistentie voordat een tender wordt gepubliceerd, en consequenties voor aanbesteders die structureel ondermaatse documenten produceren. De Aanbestedingswet eist van inschrijvers dat zij geschiktheid aantonen met referenties en certificaten. Waarom geldt die eis niet aan de andere kant van de tafel?
Zolang aanbesteders zonder consequenties slordig werk kunnen leveren, zolang externe bureaus tenders kunnen afleveren en weer vertrekken, zolang er geen prikkel bestaat om het de eerste keer goed te doen, blijft de wond open. Ondernemers én overheid betalen de prijs: minder concurrentie, hogere kosten. De politiek zou er goed aan doen om niet langer pleisters te plakken maar eindelijk de oorzaak te behandelen.