
Waarom inkopers en contractmanager óók op de golfbaan thuishoren
Het meest sportieve inkoopevent van Nederland en BelgIë !

De totstandkoming van een circulaire economie hapert. Dat ligt niet aan het aantal inkoopinitiatieven, waar echte parels bij zitten. De Nederlandse overheid zou met wet- en regelgeving het goede voorbeeld moeten geven.
In november vorig jaar richtten honderd CEO’s samen met het platform duurzaam ondernemen Future Up (voorheen MVO Nederland) zich in een brandbrief tot de formerende partijen: bedrijven die willen verduurzamen, hebben vaak te maken met een ongelijk speelveld en een gebrek aan langetermijnperspectief vanuit de politiek. Daardoor verloopt de totstandkoming van een duurzame economie te traag. Dat blijkt uit de Nieuwe Economie Index (NEx) die sinds 2020 jaarlijks door Future Up wordt opgesteld. De index is een totaalcijfer op basis van het gemiddelde van de scores op zeven thema’s. In 2025 kwam de index uit op 18,5 procent (12,1 procent in 2020). De afgelopen jaren is sprake van een afvlakking van de stijging van de NEx.
Een van die zeven thema’s van de index is de circulaire economie. “In 2030 zou 50 procent van de Nederlandse economie circulair moeten zijn, maar er is nauwelijks beweging richting dat doel: sinds onze eerste meting in 2020 blijft dat rond de 13 procent hangen”, aldus Suzanne van Haren, director transitions bij Future Up. “Een doorbraak zal ook uitblijven zolang wetgeving is ingericht op de belangen van traditionele bedrijven. Daardoor zijn bedrijfsinitiatieven die natuur en maatschappij bevorderen vaak nog te klein en te weinig serious business.” Volgens Van Haren zou een nieuw kabinet beter moeten luisteren naar de kansen die groene bedrijven zien én bieden.

Bij de totstandkoming van een circulaire economie kan inkoop een hoofdrol spelen. De dertig grootste Nederlandse bedrijven hebben een gezamenlijke spend van 269 miljard euro (bron: Deal! september 2025), de Nederlandse overheid zo’n 130 miljard euro. Toch vinden we bij de gevestigde orde niet per definitie de parels van de circulaire inkoop. Het zijn opvallend vaak de kleine en middelgrote bedrijven en start-ups die hun nek uitsteken met circulaire inkoopinitiatieven. Versnellingsnetwerk Circulair Inkopen en branchevereniging Nevi namen vorig jaar het initiatief om een aantal cases te laten schrijven over circulair inkopen. Primaire doelstelling: de versnelling van circulair inkopen door best practices voor het voetlicht te brengen. Tot nu toe zijn in diverse media vier cases verschenen, die van Circopomp (platform circulaire pompen), Solarge (circulaire zonnepanelen), Auping (circulaire matrassen) en VDL De Meeuw (circulaire modulaire huisvesting met bio-based materialen). In de kaders staat een korte beschrijving van de betreffende casus, meer vind je op ikwilcirculairinkopen.nl.
Hieronder gaan we horizontaal door de vier voorbeelden heen. We kijken naar de kritische succesfactoren, verdienmodellen en de gevolgen van circulair inkopen voor de supply chain.

De totstandkoming van een circulair product (Auping, Solarge) of een vorm van circulaire dienstverlening (Circopomp) vergt een lange adem. Er hoeft geen sprake te zijn van expliciete weerstand, maar productie, marketing en financiën hebben vaak bedenkingen: niet te produceren op onze machines, consumenten willen geen duurder circulair product kopen, hoge kostprijs, onzekere investering. Niet aflatende managementsupport is daarom een kritische succesfactor. Ook omdat de kosten voor de baten gaan. Bij een van de eerstelijnsleveranciers van Auping liepen de machines vast toen de nieuwe materialen voor de circulaire matras werden gebruikt. Bij Auping vinden ze dat co-innoveren een kwestie is van niet alleen de lusten delen, maar ook de lasten. Daarom werd de schade deels vergoed.
"De markt kan wel een circulair alternatief leveren, maar de overheid weet niet precies hoe dat uit te vragen"
Een tweede succesfactor is voldoende schaal/volume om een sluitend verdienmodel te krijgen. Voor Solarge is dat 250 vierkante kilometer aan platte daken waarop de lichtgewicht zonnepanelen kunnen worden geplaatst in Nederland. Het bedrijf is inmiddels in de scale-upfase en er wordt in twee ploegen geproduceerd. Door een groter productievolume gaat de kostprijs omlaag, omdat de vaste kosten worden uitgesmeerd over meer producten. Voorts leiden grotere inkoopvolumes van materialen en componenten tot lagere inkoopprijzen.
De overgang van de startfase naar opschaling heeft gevolgen voor de supply chain.In de start-upfase moest uit het niets een toeleveringsketen worden ontwikkeld. In die fase werd op basisvan singles ourcing nauw samengewerkt met een beperkt aantal ontwikkelpartners, waaronder Sabic dat een kunststofgranulaat ontwikkelde dat vrij is van toxische stoffen. Qua inkoop gaat Solarge nu een nieuwe fase in. Een aantal onderdelen en componenten valt onder de noemer commodity (vele leveranciers, niet strategisch) en wordt via multi sourcing ingekocht. Voor andere producten waarvoor Solarge in de start-upfase één leverancier had, wordt dat nu dual sourcing. Concurrentiestelling met een lagere inkoopprijs ligt daaraan ten grondslag.
"Alleen met wet- en regelgeving verandert de markt en komt de circulaire economie op schaal"
Volume is ook voor Circopomp van cruciaal belang in het verdienmodel. Er moet namelijk voldoende aanbod van gebruikte pompen zijn wil het voor de OEM’ers van pompen rendabel zijn om grondstoffen en materialen te hergebruiken, componenten te re-manufacteren dan wel pompen te refurbishen. Inmiddels staan al bij zo’n 180 organisaties inzamel-pallets. Vorig jaar sloot ook inkoopcombinatie Inka, met 24 middelgrote en grote installatiebedrijven, zich aan bij Circopomp. Installatiebedrijven hebben ook zelf belang bij het aanbieden van veelgebruikte pompen, omdat zij dat op termijn terug gaan zien in de contributie die zij betalen.

Volume speelt nog een andere rol bij circulaire inkoop. Toeleveranciers moeten namelijk in staat zijn voldoende volume van een circulair product te kunnen leveren. VDL De Meeuw liep daar tegenaan. Het bedrijf zocht een bio-based circulair alternatief voor het zeer milieubelastende steen- en glaswol. Aanvankelijk had men het oog laten vallen op een start-up die isolatiemateriaal maakt uit gerecycled papier. Het probleem was niet de kwaliteit, maar een ontoereikend volume. De productie van houtvezel schaalde echter wel op. Daarom werd besloten om dit circulaire materiaal in de wanden van de modulaire huisvesting toe te passen. Dual sourcing moest het toeleveringsrisico verkleinen.

Op het gebied van schaalgrootte ligt nog aan ander pijnpunt en dat is de overgang van de start-upfase naar de scale-upfase. Vele goede circulaire initiatieven lopen in die overgangsfase stuk. Solarge heeft het wel gehaald, maar met veel pijn en moeite. De Nederlandse overheid stimuleert weliswaar (circulaire) innovatie, maar daarna wordt het stil. In de scale-upfase hebben circulaire initiatieven veel meer bescherming nodig, zo vinden ze ook bij Solarge. Het gebrek daaraan is een van de oorzaken waardoor de circulaire economie onvoldoende op stoom komt.

Suzanne van Haren van Future Up zegt hierover: “We hebben beleid nodig dat circulair ondernemen de meest aantrekkelijke manier van ondernemen maakt. Het is nu nog steeds financieel aantrekkelijker om nieuwe grondstoffen te gebruiken dan oude te hergebruiken. Neem plastic: het ene na het andere plasticrecyclingbedrijf gaat failliet, omdat nieuw plastic van buiten de EU goedkoper is. Alleen met wet- en regelgeving, denk aan een bijmengverplichting voor gebruikt plastic, verandert de markt en komt de circulaire economie op schaal. En de overheid moet zelf het goede voorbeeld geven en inkopers meer ruimte geven om duurzame keuzes te maken. De markt kan wel een circulair alternatief leveren, maar de overheid weet niet precies hoe dat uit te vragen. En als het erop aankomt, gaat prijs boven circulariteit.”

Vul hier je gegevens in en ontvang de download in je mail