Het vertrouwen in het publieke domein is kwetsbaar. Dat laat de recente aandacht voor onjuistheden op het CV van een beoogd staatssecretaris opnieuw zien. Dagenlang ging het over wat er op haar CV stond, en vooral over wat niet bleek te kloppen. Haar loopbaan was nét iets creatiever opgespeld dan de realiteit. Daarmee staan zowel de persoon als het vertrouwen in het ambt ter discussie.
Vertrouwen als fundament in de inkoop
Los van de politieke context raakt dit iets dat ook voor ons vak herkenbaar is: wie in de publieke sector meedraait, weet dat het zelden om het feit alleen gaat, maar om wat het doet met vertrouwen. Want raak je dat vertrouwen kwijt? Dan is dat heel lastig weer terug te krijgen.
CV’s vol hard skills
Voor mijn werk in het (semi)publieke inkoopdomein lees ik veel CV’s. Heel veel. Met indrukwekkende opleidingen, een berg certificaten en lijsten vol aanbestedingstrajecten. Europese procedures, meervoudig onderhands, complexe contracten.
Dat is ook belangrijk; hard skills doen ertoe. Kennis van aanbestedingsrecht, ervaring met contractmanagement en procesbeheersing zijn randvoorwaarden. Zonder vakinhoud geen professioneel inkooptraject.
Maar hoe vaker ik CV’s lees, hoe duidelijker één ding wordt: het echte verschil zie je zelden op papier.
De aantoonbaarheid van je profiel
In publieke inkoop zijn we gewend om zaken aantoonbaar te maken. We onderbouwen, objectiveren en leggen vast. En terecht. We werken met publiek geld en leggen verantwoording af aan bestuur, raad, accountant en soms ook de media.
Deze werkwijze zie je vaak terug in de manier waarop inkoopprofessionals zichzelf presenteren. Het CV wordt bijna een mini-aanbesteding: een overzicht van prestaties, competenties en bewijsstukken. Hoe ‘harder’ het profiel oogt, hoe sterker het lijkt. Maar wie langer meedraait in het vak weet ook: aanbestedingen stranden zelden op een ontbrekend certificaat van een inkoopadviseur. Ze stranden op gedrag.
Hier draait het om
Een mislukt aanbestedingstraject komt bijna nooit doordat iemand de richtlijnen niet kent, maar doordat het op menselijk vlak ingewikkeld wordt. Belangen botsen, verwachtingen lopenuiteen, tijdsdruk loopt op of bestuurlijke gevoeligheid neemt toe. Inkoop is uiteindelijk mensenwerk.
En juist dáár maken soft skills het verschil. Het vermogen om helder te communiceren wanneer het spannend wordt, om tegenspraak te organiseren zonder het proces te laten ontsporen, om te luisteren naar wat niet expliciet wordt gezegd. Omgaan met weerstand. Transparant blijven wanneer iets anders loopt dan gepland. Verantwoordelijkheid nemen voor lastige keuzes.
Dat zijn geen ‘zachte’ kwaliteiten. Dit gaat om professionele vaardigheden die bepalen of een traject rechtmatig is, besluiten standhouden en vertrouwen behouden blijft.
En niet onbelangrijk: wat er staat, moet kloppen. Geen nuance die achteraf verschuift. Geen diploma dat nét anders blijkt te zijn afgerond. Geen functietitel die groter wordt gemaakt dan hij was. In het publieke domein vormt vertrouwen de basis van jouw werk.
De échte graadmeter
Het publieke inkoopveld is de afgelopen jaren complexer geworden. Digitalisering, maatschappelijke opgaven en bestuurlijke gevoeligheid vragen om stevige vakkennis en inhoudelijke diepgang. Tegelijkertijd groeit het belang van communicatieve vaardigheid, politieke sensitiviteit en transparantie.
Misschien moeten we daarom anders kijken naar het klassieke onderscheid tussen hard en soft skills. Hard skills zijn weliswaar zichtbaar en toetsbaar, maar soft skills zijn in de praktijk vaak doorslaggevend. En in publieke inkoop is dat uiteindelijk de échte graadmeter: hoe je handelt wanneer het spannend wordt.